Belachelijk gedrag

Wim Helsen
"Belachelijk gedrag: waar komt het vandaan? Wie is ermee begonnen en waarom? Wat kunnen we ertegen doen?" Met deze vragen opent een belangwekkend artikel uit 1996 in het psychologisch tijdschrift De Courant van de Binnenkant. Het stuk in kwestie is van de hand van professor Jonas Van Duyn, historisch psycholoog aan de universiteit van Nijmegen.


Van Duyn begint met de vaststelling dat de eerste mensen die belachelijk gedrag vertoonden, hoogstwaarschijnlijk de oude Egyptenaren waren. "Dat is duidelijk te zien in de hiërogliefen.", zo stelt de professor. "Niet alleen uit hun kleding, maar ook uit de houdingen waarin ze zich lieten portretteren, blijkt dat Egyptenaren een groot deel van de tijd belachelijk zaten te doen. Zij waren de eerste aanstellers uit de geschiedenis. Het is dan ook niet verwonderlijk dat ze hun land vol piramides gezet hebben. Gewone gerieflijke huizen zoals die van ons waren natuurlijk niet onnozel genoeg voor die mannen."

De professor gaat op zijn elan verder: "Niet dat de Grieken wat betreft dwaas gedoe moesten onderdoen voor de Egyptenaren. De Grieken kwamen op de proppen met wat ze noemden 'de Olympische Spelen'. Volwassen mannen zoals u en ik gooiden daarbij schijven in de lucht, sprongen wat in zandbakken, liepen in rondjes achter elkaar, wierpen speren naar onbestaande vijanden en ten slotte gingen ze ook nog per twee liggen fikfakken. En dat deden ze nota bene allemaal in hun bloot gat, alsof de hele boel nog niet potsierlijk genoeg was."

"Niet veel later was ook in de rest van Europa en Noord-Afrika het hek van de dam: Overal begonnen volkeren op hun eigen manier de belachelijke uit te hangen. De Galliërs, de Kelten, de Iberiërs, de Feniciërs, de Luxemburgers: allemaal probeerden ze elkaar de loef af te steken op het gebied van idiote feesten, rare manieren van lopen en praten, bespottelijke snorren, domme dansjes en ridicule rechtspraak."

"Tot de maat vol was en de Romeinen het niet meer konden aanzien. Julius Caesar was een ernstige man die boeken schreef en Latijnse spreuken bedacht. Onder zijn leiding hebben de Romeinen alles gedaan om belachelijk gedrag uit te roeien en in de plaats daarvan redelijkheid te installeren. Aan de grens met Duitsland zijn ze gestopt, moe maar voldaan. Aan de overkant van de grens immers zaten de Germanen, een zeer lelijk volk, maar wel deftig."

Jonas Van Duyn besluit met de bedenking dat we sinds een vijftigtal jaren opnieuw in een neerwaartse spiraal zijn beland. "Belachelijkheid wind weer veld.", zo schrijft de professor. "Ik geef enkele voorbeelden uit mijn eigen leefomgeving: Afrikaans dansen, joggen, zijn partner in het openbaar met een troetelnaam aanspreken, praten met dieren, liederen zingen over kabouter Plop, een piepschuimen oranje klomp op het hoofd zetten wanneer Nederland voetbalt." Het besluit van Professor van Duyn is duidelijk: "De tijd is rijp voor een nieuwe Caesar. Ik heb alvast een lauwerkrans gemaakt en spandoeken met Latijnse leuzen."
Alzo schreef Wim Helsen, op bijzonder grappige wijze. "Appaus!"

Google+ Badge