Middeleeuwse boeteboeken

Vorige week nog grappige dingen gezien tijdens de les cultuurgeschiedenis. Het ging toen over psychologische verklaringsmodellen i.v.m. bekeringsgeschiedenis, specifiek dan tijdens de Middeleeuwen. De bronnen die deze les aan bot kwamen waren de boeteboeken, een soort handleiding die de strafmaat bepaalde tijdens de biecht. De priester moest dat voorlezen tijdens de biecht en de persoon die in de biechtstoel naast hem zat moet telkens antwoorden. Daar zaten wel enkele rare kronkels tussen.
  1. Als een priester uit verlangen een vrouw kust, moet hij twintig dagen boete doen.
  2. Als hij door een kus zaad verliest, moet hij veertig dagen boete doen.
  3. Als een priester een zaadlozing heeft als gevolg van een gedachten, moet hij een week boete doen.
  4. Jongens die onder elkaar ontucht plegen, moeten naar zijn oordeel geslagen worden.
  5. Wie met vee gemeenschap heeft, moet vijftien jaar boete doen.
  6. Hij die vaak met vee of met een man gemeenschap heeft, moet naar het oordeel van Theodorus tien jaar boete doen.
  7. Een vrouw die zaad van haar man door het voedsel mengt, opdat hij daardoor meer lust voor haar zou krijgen, moet zeven jaar boete doen.
  8. Als een bisschop, priester of diaken door dronkenschap moet braken, moet hij veertig dagen boete doen; een monnik vijfentwintig.
  9. Een vrouw die haar dochter op het dak of in de oven legt ter genezing van koorts, moet vijf jaar boete doen.
  10. Als iemand uit zijn tanden bloedt is dat geen zonde.
  11. Een vrouw die het bloed van haar man drinkt als medicijn, moet veertig dagen vasten.
(Bron: R. Meens, Het tripartite boeteboek: overlevering en betekenis van vroegmiddeleeuwse biechtvoorschriften, Hilversum, 1994.)
Een reactie plaatsen

Google+ Badge